Programma's

2. Programma Sociaal

Welke risico's lopen we?

Onderstaand de belangrijkste financiële risico’s met een minimale benodigde weerstandscapaciteit van € 300.000,-.

Tabel: PRI.2.1 Financiële risico's programma Sociaal

RISICO

BEHEERSMAATREGEL

Benodigde weerstands-capaciteit

2.1 Zorg, ondersteuning, inclusie en vluchtelingen

De gemeente voert de Hervormingsagenda Jeugd uit, waarin een ambitieuze en meerjarige transformatie van de jeugdzorg is vastgelegd, inclusief een structurele financiële taakstelling. Tegelijkertijd worden de beschikbare middelen vanuit het Rijk sneller afgebouwd dan de transformatie in de praktijk kan worden gerealiseerd. De uitvoering vindt plaats in een complexe omgeving waarin externe ontwikkelingen slechts beperkt lokaal beïnvloedbaar zijn.

- Versterken van de voorkant door inzet op sociale basisinfrastructuur, wijkteams, POH-J en gerichte preventie, om instroom in specialistische jeugdhulp te beperken.
- Transformatie van specialistische jeugdhulp in samenwerking met contractpartner MetMaya, gericht op lichtere zorg en betere door- en uitstroom.
- Doorlopende monitoring en bijsturing van volumes, kosten en resultaten, met tijdige inhoudelijke en financiële aanpassingen indien effecten achterblijven.
- Versterkte governance en regie, met een lokale en regionale transformatiemanager en een regionale taskforce voor de aanpak van wachttijden.
- Actieve beïnvloeding van landelijke randvoorwaarden, onder andere via VNG en regionale samenwerking, gericht op reikwijdte, financiering en uitvoerbaarheid van de jeugdzorg.

5.234

Als gevolg van, niet aan de aanbieder verwijtbare, factoren is het niet mogelijk om conform aanbesteding per 1-7-2026 te starten op de nieuwe locatie voor inloop en opvang van dak- en thuisloze mensen

De buurtbewoners meenemen in proces om te zorgen voor meer acceptatie voor de nieuwe opvanglocatie.
Daarnaast wordt er een tijdige inventarisatie uitgevoerd voor mogelijk locaties om tijdelijke opvang te organiseren.

739

Door het tekort aan beschikbare en passende woningen stagneert de uitstroom vanuit beschermd wonen. Hierdoor kunnen cliënten die voldoende zijn gestabiliseerd niet tijdig doorstromen naar een minder intensieve woon- of ondersteuningsvorm.

- Onderzoeken of versnellen van uitstroom via tijdelijke en alternatieve woonvormen mogelijk is.
- Risicogericht interveniëren: door cliënten met een verhoogd risico op langdurig verblijf of escalatie vroegtijdig te identificeren en gericht te ondersteunen, worden onnodig lange zorgtrajecten en kostbare crisisingrepen voorkomen.
- Vergroten mogelijkheden voor uitstroom door het maken van afspraken met woningcorporaties.

557

Wmo aanbieders die een beroep doen op de gemeente voor financiele ondersteuning bij het voordoen van (ondernemers) risico's.

Vanuit gemeente goed contact onderhouden met aanbieders om tijdig knelpunten te signaleren waardoor het mogelijk is eventueel bij te sturen.

516

Aanhoudende kwaliteits- en capaciteitsproblemen bij de uitvoerder van het regiovervoer door een structureel tekort aan chauffeurs en operationele tekortkomingen.

Intensief contractmanagement en verscherpt toezicht op de vervoerder (inclusief verbeterplannen). Er wordt onderzocht hoe met de situatie om te gaan (scenario-analyse). Voorbereiden van noodscenario’s en juridische toetsing van ontbindingsvoorwaarden om de continuïteit van zorg en vervoer te garanderen.

331

Indien het niet tijdig lukt om een opvanglocatie te realiseren, bestaat het risico dat de provincie gebruikmaakt van haar bevoegdheid om een locatie aan te wijzen. In dat geval heeft de gemeente beperkte tot geen invloed op de locatiekeuze, omvang en fasering van de opvang.

Tijdig afstemmen met de provincie over het proces wat we nu doorlopen

301

2.2 Werk en inkomen

Het risico is aanwezig dat het bijstandsvolume in Amersfoort negatief afwijkt van het landelijk gemiddelde. Dit zorgt voor lagere inkomsten dan waar in de begroting rekening mee is gehouden. Daarnaast staat geregeld de wijze waarop de middelen binnen de BUIG worden verdeeld landelijk ter discussie. Dit kan zowel een negatief als een positief effect hebben. Ook is er vanaf 2026 een taakstellende bezuiniging ingeboekt. Het risico is dat de aantallen minder afnemen dan nodig om dit te kunnen realiseren.

- Er wordt voortdurend gekeken naar maatregelen om het bijstandsvolume terug te dringen. Concreet worden er in 2026 een aantal Re-integratie instrumenten steviger, nieuw ingezet.
- Daarnaast zal, indien aan de voorwaarden wordt voldaan, een beroep worden gedaan op de landelijke vangnetregeling.

424

Door een blijvende hoge instroom van statushouders (verhoogde taakstelling) ontstaat er druk op de re-integratiemiddelen omdat de kosten voor begeleiding van deze doelgroep op het gebied van participatie en werk toenemen.

- Wij monitoren de ontwikkelingen en sturen, indien mogelijk, bij en leggen tijdig de keuzes hieromtrent voor aan het bestuur.
- Het is nog onduidelijk of en hoe we door het rijk gecompenseerd worden voor deze ontwikkelingen (verhoogde taakstelling). We volgen de landelijke ontwikkelingen op dit punt en zullen dit in verschillende overleggen (bijvoorbeeld VNG [Commissie Participatie, Schuldhulpverlening en Participatie], G40, Divosa) aan de orde brengen.

402

2.3 Onderwijs en Sport & Bewegen

De geraamde bedragen voor onderwijshuisvesting gaan uit van energiezuinig en klasse B frisse scholen, maar niet van BENG en evenmin van ENG. Vanaf 1-1-2021 geldt in het Bouwbesluit 2020 de eis van BENG en daar moeten de Coöperaties Samenfoort PO en Samenfoort VO aan voldoen (BENG = Bijna Energie Neutrale Gebouwen; ENG = Energieneutraal/gasloos).

In de afspraken (raadsbesluit van 21 november 2017) is vastgelegd, zijn de Coöperaties financieel verantwoordelijk, ook voor het managen van risico's. Voor zover sprake is van risico's met gevolgen voor de uitvoering van het integraal huisvestingsplan komen die iedere 4 jaar bij de herijking aan de orde. Bij deze herijking is hebben partijen (gemeente) de mogelijkheid om het het huisvestingsplan aan te passen en daarmee de mogelijkheid de kosten te beïnvloeden.

560

Netcongestie: Extra kosten als gevolg van het niet kunnen aansluiten van nieuwe onderwijshuisvesting op het stroomnet. Samenfoort is genoodzaakt om extra kosten te maken om nieuwe schoolgebouwen te kunnen gebruiken (bijv. accupakketten). Risico is dat uit de herijking 2026 blijkt dat Samenfoort de business case niet sluitend kan houden.

Zoals in de afspraken is vastgelegd, worden de Coöperaties financieel verantwoordelijk, ook voor het managen van risico's. Voor zover sprake is van risico's met gevolgen voor de uitvoering van het integraal huisvestingsplan komen die iedere 4 jaar bij de herijking aan de orde. De eerstvolgende herijking wordt in 2026 verwacht.

459

Deze pagina is gebouwd op 06/05/2026 10:37:03 met de export van 06/05/2026 08:56:21