Portefeuillehouder
Willem-Jan Stegeman
Inleiding
Wij zorgen voor een veilige, groene en leefbare openbare ruimte. Deze openbare ruimte bestaat uit wegen, riolering, kunstwerken, water en groen. Daarnaast zetten wij onze gebouwen in voor het bereiken van bestuurlijke doelen, zoals het huisvesten van culturele instellingen, scholen, sportverenigingen en wijkcentra. Openbare ruimte en gebouwen zijn (voor een groot deel) kapitaalgoederen. U leest hieronder welke beleidskaders er zijn voor onze kapitaalgoederen. Ook benoemen wij de financiële consequenties van het beleid ten aanzien van onze kapitaalgoederen.
Beleidskader – Openbare Ruimte
We werken voortdurend aan het in stand houden van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte, zoals wegen, bruggen, riolering, groen en verlichting. Het daarvoor gewenste niveau is de Amersfoortse basis, vastgelegd in het Integraal beheerplan openbare ruimte 2022-2031 en het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2031 (beiden vastgesteld juni 2021). Het in stand houden van de openbare ruimte laat zich samenvatten in de volgende beleidsdoelen:
- We voldoen aan onze zorgplicht voor een veilige en functionele openbare ruimte, zowel boven- als ondergronds.
- Onze inwoners zijn tevreden over (het beheer van) de openbare ruimte in de stad.
- Bij het uitvoeren van beheer en onderhoud geven we invulling aan ambities en opgaven, om de openbare ruimte te verbeteren, toekomstbestendig te maken, voor te bereiden op veranderingen in het klimaat en te laten passen bij de maatschappelijke behoeften.
We doen dit op een duurzame wijze. We nemen de realisatie van overige ambities en opgaven in de openbare ruimte mee, mits hiervoor cofinanciering beschikbaar gesteld is. - Wij stimuleren en faciliteren zelfbeheer en initiatieven van inwoners in de openbare ruimte.
Financiën
Het uitvoeren van beheer en onderhoud van de openbare ruimte en riolering is ook in 2025 bekostigd vanuit de exploitatie, verschillende voorzieningen en investeringen.
Exploitatie (dagelijks en groot onderhoud, zoals de integrale wijkonderhoudsbestekken en zelfbeheer). De jaarlijkse exploitatie dekt vooral het dagelijks onderhoud zoals integrale wijkonderhoudsbestekken en wordt hier niet verder toegelicht.
Voorziening 'groot onderhoud openbare ruimte' (groot onderhoud wegen/openbare ruimte, baggeren en vervanging groen en bomen). De voorziening openbare ruimte is bedoeld voor het uitvoeren van groot onderhoudsprojecten, zoals asfalteringswerkzaamheden, vervangingen van groen en bomen en baggeren. Er is in 2025 bijna € 4,7 miljoen in de voorziening gestort en ongeveer € 7,5 miljoen uitgegeven ten laste van deze voorziening. De stand van de voorziening is daarmee gedaald, van € 8,7 miljoen op 1-1-2025 naar € 5,9 miljoen op 31-12-2025.
Voorziening onderhoud riolering (excl. artikel 44 lid 1c BBV). Met de vaststelling van het GRP 2021-2031 is er niet meer één voorziening riolering, maar zijn er drie voorzieningen voor de riolering met elk hun specifieke functie.
De voorziening onderhoud riolering is bedoeld voor groot onderhoud aan rioleringsprojecten die hun oorsprong vinden in het GRP 2012-2021. In het meerjarenuitvoeringsprogramma openbare ruimte 2026-2029 is in bijlage 3 een overzicht gegeven van de projecten die vanuit deze voorziening worden gedekt. Vijf projecten hiervan zijn dusdanig gewijzigd van scope, invulling en planning dat zij in 2025 zijn overgeheveld naar dekking uit de 'voorziening toekomstige vervangingsinvesteringen riolering' (raadsvoorstel en besluit budget riolering 16-12-25 ). Het betreft de herinrichting Aletta Jacobslaan, herinrichting Graaf Hendriklaan-Graaf Janlaan (Juliana van Stolbergbuurt), herinrichting Lisztstraat e.o., herinrichting Pasteurstraat en herinrichting Kelvinstraat.
Begin 2025 was de stand in de voorziening € 7,9 miljoen. In 2025 is € 3,3 miljoen uitgegeven, waardoor eind 2025 € 4,6 miljoen resteert. Naar verwachting is dit voldoende voor de resterende projecten, waaronder de herinrichting van de Dirk Loogenstraat (Kruiskamp) en de herinrichting Palmstraat-Hulststraat (Soesterkwartier). Er wordt niet meer in deze voorziening gestort. Als deze projecten zijn uitgevoerd de komende jaren wordt deze tijdelijke voorziening afgesloten.
Voorziening middelen derden riolering (excl. artikel 44 lid 2 BBV). Jaarlijks worden eventuele overschotten die zijn veroorzaakt door efficiencyvoordelen en areaaluitbreidingen toegevoegd aan de `reserve riolering', in overeenstemming met de notitie Lokale heffingen van de commissie BBV. Ondanks dat er nog geen specifieke bestemming voor is, blijven de middelen zo beschikbaar voor riolering. De voorziening wordt gebruikt als egalisatievoorziening voor het productsaldo riolering. Hiervoor is een saldo benodigd tussen de € 0,5 en € 1 miljoen. In 2025 was dit ongeveer € 0,5 miljoen.
Het meerdere in de voorziening wordt aangewend ter dekking van de kapitaallasten van investeringen uit de periode 2018-2020. In 2025 zijn niet gelabelde middelen binnen de reserve riolering toegevoegd aan de `voorziening middelen derden riolering' waardoor deze voorziening toereikend is tot 2043 (was tot 2041). Vanaf 2043 moet de voorziening dan worden aangevuld door een verhoging van de rioolheffing. In raadsvoorstel en besluit budget riolering 16-12-25 is deze wijziging toegelicht.
Voorziening toekomstige vervangingsinvesteringen riolering (excl. artikel 44 lid 1d BBV). De voorziening is bedoeld voor de vanaf 2022 in de rioolheffing opgenomen spaarcomponent. Deze wordt gebruikt om de investeringen in riool- en waterprojecten uit het GRP 2021-2031 versneld te kunnen afschrijven na activatie. De stand van de voorziening aan het begin van het jaar was ongeveer € 11,1 miljoen en er is € 6,4 miljoen in de voorziening gestort. Er is in 2025 ongeveer € 4,4 miljoen uitgegeven aan uitvoering van riolering in projecten. De stand van de voorziening op 31-12- 2025 is € 13,1 miljoen.
Vervangingsinvesteringen Vervangingsinvesteringen zijn ten behoeve van vervanging van onder andere wegen, openbare verlichting, bruggen, kademuren en grote speelplekken. De onderdelen van de openbare ruimte die worden vernieuwd worden geactiveerd conform het BBV. De afschrijvingstermijnen verschillen, waarbij we voor het integraal herinrichten van de openbare ruimte 35 jaar rekenen. De begroting 2025 bevatte een investeringsruimte van € 25,4 miljoen. Er is ruim € 5,6 miljoen besteed aan projecten.
Tabel: POK.01 Uitgaven voor groot onderhoud en vervanging openbare ruimte
2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|
Vz onderhoud riolering | 5.007 | 3.902 | 3.734 | 3.307 |
Vz middelen derden riolering | 708 | 550 | 512 | 754 |
Vz toekomstige vvi riolering | 1.536 | 2.036 | 3.317 | 4.404 |
Vz openbare ruimte | 1.075 | 2.497 | 3.534 | 7.447 |
Vervangingsinvestering openbare ruimte | 5.650 | 6.768 | 8.241 | 5.649 |
TOTAAL | 13.976 | 15.753 | 19.338 | 21.561 |
Grafiek: POK.01 Uitgaven voor groot onderhoud en vervanging openbare ruimte
|
|---|
Stand voorzieningen
Op 1 januari 2025 bevatten de vier voorzieningen riolering en openbare ruimte gezamenlijk € 38,3 miljoen. De uitgaven voor projecten en het productsaldo riolering op de voorzieningen zijn in 2025 gegroeid naar € 15,9 miljoen. Dit is € 4 miljoen meer dan de storting van € 11,7 miljoen, waardoor de stand van de gezamenlijke voorzieningen is gedaald naar € 34,1 miljoen op 31-12-2025.
Tabel: POK.02 Stand voorzieningen 2025
STAND 1-1-2025 | STORTING | ONTTREKKING | STAND 31-12-2025 | |
|---|---|---|---|---|
Vz onderhoud riolering | 7.927 | 0 | 3.307 | 4.620 |
Vz middelen derden riolering | 10.634 | 592 | 754 | 10.472 |
Vz toekomstige vvi riolering | 11.051 | 6.440 | 4.404 | 13.087 |
Vz openbare ruimte | 8.704 | 4.682 | 7.447 | 5.939 |
Totaal voorziening | 38.316 | 11.714 | 15.912 | 34.118 |
Grafiek: POK.02 Stand voorzieningen 2025
|
|---|
Terugblik 2025
De uit te voeren projecten plannen we jaarlijks via het Meerjarenuitvoeringsprogramma Openbare Ruimte. In 2025 was het meest actuele plan het Meerjarenuitvoeringsprogramma Openbare Ruimte 2025-2028 (MJP-OR 25-28).
De uitgaven voor projecten vertonen een stijgende lijn vanaf 2022, zie bovenstaande grafiek POK-01. Ook in 2025 is een duidelijke stijging in de omvang van de uitvoering zichtbaar en daarmee het effect van het programma ‘Versnelling openbare ruimte projecten’ (VORP). In 2025 zijn de uitgaven nu ongeveer gelijk aan de jaarlijkse beschikbare budgetten, bestaande uit stortingen in de voorzieningen en investeringsruimte. Daarmee is in 2025 het vergroten van de achterstand gestopt. Om de opgelopen achterstand daadwerkelijk in te lopen is een verdere stijging van de omvang van het werk in de komende jaren noodzakelijk.
Tabel: POK.03 Overzicht achterstand in projecten
BEGROOT t/m 2025 | REALISATIE t/m 2025 | ACHTERSTAND t/m 2025 | |
|---|---|---|---|
Projecten onderhoud riolering | 26.949 | 22.329 | 4.620 |
Projecten investeringen riolering | 21.262 | 10.350 | 10.912 |
Totaal Riolering | 48.211 | 32.679 | 15.532 |
Overige projecten openbare ruimte* | 27.022 | 5.649 | 21.373 |
TOTAAL PROJECTEN | 75.233 | 38.328 | 36.905 |
* Voor de overige projecten in de openbare ruimte geldt dat het de begrote en gerealiseerde bedragen van alleen 2025 betreft. Dit omdat het Meerjarenuitvoeringsprogramma jaarlijks wordt geactualiseerd.
Groot onderhoud en projecten
Het accent in het uitvoeringsprogramma openbare ruimte ligt op het vernieuwen van de openbare ruimte in de woonwijken. We leggen in de woonstraten gescheiden rioolstelsels aan, vernieuwen verhardingen en openbare verlichting. In 2025 is de herinrichting van de Vermeerstraat afgerond en is de vijver op het Borneoplein vernieuwd. Daarnaast is gewerkt in o.a. de buurten Dollardstraat-Spaarnestraat, Palmstraat-Hulststraat (Soesterkwartier) en Wolvenstraat-Vossenstraat (Leusderkwartier). Langs de Grote Koppel zijn groenvakken in het kader van Steenbreek gemaakt.
In voorbereiding zijn o.a. de herinrichting Hooglanderveen-dorp (Hooglanderveen), Pasteurstraat, Ariaplein (Schuilenburg), de omgeving van Graaf Hendriklaan en Indische buurt (Berg-Zuid). Naast dat we in dergelijke herinrichtingen de openbare ruimte technisch weer in orde maken, geven we ook invulling aan andere opgaven, zoals vergroening, voorkomen van wateroverlast, biodiversiteit, toegankelijkheid, ruimte voor spelen, bewegen en ontmoeten.
Daarnaast zijn kleinere projecten uitgevoerd, die misschien minder opvallen maar belangrijk zijn voor het functioneren van de stad. Zo is o.a. in Schothorst een aantal riolen voorzien van een nieuwe binnenkant ('relinen'), zijn er maatregelen genomen om de Kwekersbrug stiller te maken, zijn speelondergronden vervangen bij o.a. de Bohortplaats en de Watersteeg en diverse hoofdwegen zijn opnieuw geasfalteerd. Voor openbare verlichting werken we aan een grote vervanging van armaturen naar duurzame LED-armaturen. In 2025 is de verlichting in de hoofdwinkelstraten vernieuwd.
Amersfoortse basis
De beoogde kwaliteit is in het Integraal beheerplan openbare ruimte 2022-2031 samengevat als ‘Amersfoortse basis’. De kern hiervan is dat we continu zorgen voor een veilige en functionele openbare ruimte en daarmee voldoen aan onze zorgplicht. Deze kwaliteiten zijn vastgelegd in beheerplannen, integrale wijkonderhoudsbestekken en andere onderhoudsbestekken. In de maatregelen en onderhoudsbestekken betekent dit minimaal een B-kwaliteit voor de technische staat van de openbare ruimte. 'B-kwaliteit' is een landelijke prestatienormen van kennisinstituut CROW voor het onderhoud van allerlei onderdelen van de openbare ruimte. Deze normen zijn gebaseerd op het beeld en niet op frequentie (dus hoe vol een prullenbak mag zijn en niet hoe vaak deze prullenbak moet worden geleegd).
In 2025 zijn de gebruikelijke weg inspecties uitgevoerd. Hier is over gerapporteerd in de Kwaliteitsmonitor wegen 2025 . Uit de monitor blijkt dat in 2025 82% van de elementverharding en 85% van het asfalt op het beoogde ambitieniveau is. Hiermee voldoen we aan de 'Amersfoortse basis, omdat minimaal 80% van het areaal voldoet aan de norm. De meest slecht scorende buurten of wijken zijn opgenomen in het meerjarenuitvoeringsprogramma voor een herinrichting of vernieuwing van de verhardingen.
De rijbanen en fietspaden liggen er het best bij met respectievelijk 88% en 89% van het areaal dat voldoet aan de norm. Voor voetpaden ligt dit het laagst met 76%. Vanaf 2024 is er daarom extra aandacht voor het verbeteren van de voetpaden om deze ook aan de norm te laten voldoen. Er ligt een relatie met boomwortelopdruk, die juist in voetpaden en parkeervakken voor schade zorgt. In onze aanpak betrekken we daarom zowel de structurele verbetering van de groeiomstandigheden van de bomen als het aanpakken en voorkomen van schade in de verharding.
In 2025 is gestart met een jaarlijkse inspectie van het groen. Ongeveer de helft van de stad is geïnspecteerd. In 2026 volgt de 2e helft. Ongeveer driekwart van alle groenvakken is op orde. Een deel kan met reguliere onderhoudsmaatregelen in het wijkonderhoud weer op niveau worden gebracht. Ongeveer 5% van de groenvakken heeft een grotere maatregel nodig, zoals volledig omvormen of renoveren. Daarmee blijkt uit de inspectie dat de kwaliteit van het groen voldoet aan de norm en is een goed zicht gekomen op waar aanpak nodig is.
Het kwaliteitsniveau van civiele kunstwerken als bruggen en tunnels is op orde. Doordat objecten zo verschillend zijn is het lastiger om een dergelijke conclusie in algemene zin te trekken. Maar er is geen achterstand en daarmee zijn er geen structurele risico's. Anders dan in veel gemeenten en historische binnensteden geldt dit ook voor de gemeentelijke kademuren.
De technische kwaliteit van de riolering is op orde, o.a. door het relinen van bestaande oudere riolen. De herinrichtingsprojecten zijn voornamelijk gericht op het bijleggen van regenwaterriolen en dus het realiseren van gescheiden rioolstelsel en grotere capaciteit voor infiltreren, bergen of afvoeren van regenwater.
In de buurten waar herinrichtingsprojecten op de planning staan, zijn de grootste knelpunten ten aanzien van de kwaliteit. Het garanderen van de veiligheid en gebruik leidt tot meer dagelijks en klein onderhoud en daarmee voor meerkosten op stelposten (civieltechnisch werk) van de integrale onderhoudsbestekken. Het vraagt ook meer opletten om de veiligheidsnorm niet te overschrijden. We waarborgen overal de veiligheid en functionaliteit, maar moeten soms concessies doen aan de beeldkwaliteit, comfort en het aanzien van de straat.
Tabel: POK.04 Onderhoudstabel
Onderhoudstabel | Technische staat | Inspectie- monitoringsmethode | |
|---|---|---|---|
Begroting | Jaarrekening | ||
Groen | B | B | Beeldkwaliteit CROW kwaliteitscatalogus |
Bomen | B | B | Kwaliteitseisen Beheerrichtlijnen Bomen/ BVC-inspectie |
Spelen | B | B | Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen |
Oevers en beschoeiingen | B-C | B-C | Inspectie op veiligheid |
Wegen | B | B | Inspectie CROW schadebeelden/beeldkwaliteit |
Civiele kunstwerken | B | B | Inspectie op veiligheid/ functionaliteit |
Openbare verlichting | B | B | Inspectie op functionaliteit/ NSVV-normen/ beeldkwaliteit |
Riolering | B | B | Functioneel niveau/ RIONED-normen |
Beleidskader / algemene uitgangspunten - Gebouwen voor maatschappelijk en ruimtelijk beleid
De gemeentelijke vastgoedportefeuille bestaat in hoofdlijn uit twee delen: het maatschappelijk vastgoed en het strategische vastgoed. In totaal zijn het circa 400 vastgoedobjecten, bestaande uit gebouwen en gronden. Het maatschappelijk vastgoed huisvest organisaties die van belang zijn voor een prettige woonomgeving, sociale cohesie en maatschappelijk welzijn. Het zijn musea, wijkcentra, monumenten, sportgebouwen en -velden, atelierruimtes, terreinen voor volks- en speeltuinen en scoutingverenigingen en enkele tijdelijke (onderwijs)gebouwen. Ook hebben we zeven multifunctionele accommodaties (MFA's), waarin meerdere functies met elkaar in één gebouw gehuisvest zijn. Dit betreffen relatief grote en moderne gebouwen in onze portefeuille. Ter illustratie: deze zeven gebouwen beslaan meer dan een kwart van het aantal vierkante meters in onze portefeuille. Voorbeelden zijn het Eemhuis, het Icoon en de Zonneparel
Onderdeel van ons vastgoed zijn ook ongeveer 25 monumentale objecten, onder andere de Koppelpoort. Het zijn met name objecten die een cultuurhistorische en/of maatschappelijke functie binnen de gemeente hebben. De exploitatie van deze groep panden kan door hun kenmerkende karakter niet kostendekkend gebeuren. Deze objecten zijn niet of slechts gedeeltelijk te verhuren en hebben hoge onderhoudskosten, omdat het onderhoud zeer specialistisch van aard is. Ten behoeve van deze onderhoudskosten is een structureel budget beschikbaar.
In 2030 wordt een grootscheepse restauratie van de Onze Lieve Vrouwe-toren verwacht. Dergelijke grote investeringen worden niet binnen de onderhoudskosten begroot. Het krediet van € 1 miljoen dat beschikbaar was voor renovatie van de torenspits is doorgezet naar 2028. Het is nog niet bekend wat het benodigde budget zal zijn. Het doorschuiven van het budget is een eerste stap in het reserveren voor dit grote onderhoudsproject. Wij zullen op termijn terugkomen op de te verwachten restauratie van de toren, welke een zeer forse investering met zich mee zal brengen.
Het beheer en de exploitatie van ons vastgoed hebben wij voor een groot deel uitbesteed aan SRO Amersfoort BV. Hiertoe hebben wij met SRO een Raamovereenkomst onroerende zaken gesloten, waarin ook zaken als staat van onderhoud en exploitatierisico zijn opgenomen. Per 1 januari 2024 is er een nieuwe Raamovereenkomst voor onbepaalde tijd. Op gebied van onder andere Vastgoed, Sport en Verkiezingen zijn er deelovereenkomsten afgesloten.
Voor de sportgebouwen en de meeste van de welzijnsgebouwen bouwt SRO de onderhoudsvoorziening op en voert zij vanuit deze voorziening het meerjarig en planmatig onderhoud uit. Voor de MFA's, de cultuurpanden, monumenten en gemeentehuisvesting geldt dat de gemeente de onderhoudsvoorziening opbouwt. De basis voor deze voorziening zijn meerjarige onderhoudsplannen die elke drie jaar geactualiseerd worden. Een actualisatie van onderhoudsplannen kan invloed hebben op de hoogte van de noodzakelijke voorziening en daarmee de jaarlijkse dotatie aan deze voorziening.
In de Raamovereenkomst hebben wij met KPI’s vastgelegd welke informatie over ons vastgoed SRO rapporteert op de thema's veiligheid, duurzaamheid en klanttevredenheid. Vanuit deze informatie werken wij met SRO aan de verbetering van de samenwerking en de prestaties van ons vastgoed.
Er is een routekaart opgesteld voor de verduurzaming van onze vastgoedportefeuille. Dit heeft geleid tot het beschikbaar stellen van budget in de begroting voor de verduurzaming van onze portefeuille.
Ten behoeve van de Vervangingsinvesteringen Maatschappelijk Vastgoed is een totaal investeringskrediet beschikbaar gesteld. De opgave om het vastgoed dat op dit moment 40 jaar of ouder is te vernieuwen, is dusdanig groot dat een gefaseerde aanpak en uitvoering noodzakelijk is. Dat vraagt om een concrete planning. Om te bepalen in welke objecten in de vastgoedportefeuille van gemeente Amersfoort wel of niet wordt geïnvesteerd in het kader van de vervangingsinvesteringen maatschappelijk vastgoed en op welk moment, zijn er objectieve selectiecriteria en een uitvoeringsplanning vastgesteld. Na indexeringen en het verwerking van een ombuiging is over de periode (2025-2030) in totaal een investeringskrediet beschikbaar van afgerond € 180 miljoen.
Beleidskader / algemene uitgangspunten- Gebouwen voor gemeentelijke organisatie
Begin 2024 is de bouw van het Huis voor de Stad gestart. Eind 2025 is de verwachte oplevering nog steeds in het derde kwartaal 2026. Vanwege de netcongestie krijgen we niet de benodigde grootverbruikersaansluiting op het elektranetwerk. Daarom nemen wij aanvullende maatregelen om in voldoende stroom te voorzien. Het gaat in hoofdzaak om ontwerp, aanschaf en huur van extra batterijen en aggregaten. De ontwerp, aanschaf en exploitatiekosten zetten zowel het investeringskrediet als de exploitatiebudgetten voor de komende jaren onder druk. In de loop van 2026 zal duidelijk worden of het resterend onvoorzien binnen het investeringskrediet voldoende is om het project af te ronden. Mocht als gevolg van de netcongestiemaatregelen een aanvullend krediet nodig zijn, dan wordt de Raad daar separaat over geïnformeerd en wordt een Raadsvoorstel ter besluitvorming voorgelegd.
In afwachting van de oplevering van het nieuwe Huis voor de Stad wordt in de huidige gebouwen alleen het instandhoudingsonderhoud uitgevoerd. Om aan wettelijke eisen met betrekking tot brandveiligheid en ARBO tijdens het gebruik te blijven voldoen zullen nog werkzaamheden noodzakelijk zijn.
De (incidentele) lasten van het beheer van het huidige stadhuis (o.a. instandhoudingsonderhoud) worden gedekt uit de reserve 'Onderhoud stadhuis'. Deze reserve is gevormd uit de voormalige voorziening ‘Onderhoud stadhuis’. Uit deze reserve worden ook de lasten van de verhuizing naar de nieuwbouw gedekt en de kosten voor nazorg, zoals besloten in Vervolgproces Toekomst Stadhuis . De reserve wordt tot en met 2026 gevoed met de jaarlijkse dotatie voor onderhoud gebouwen stadhuisplein. De onttrekking vindt plaats op basis van de in de begroting geraamde onttrekking. De consequenties van (en mogelijkheden voor) tijdelijk beheer van het huidige stadhuis, nadat het nieuwe Huis voor de Stad in gebruik is genomen en tot het moment dat de locatie daadwerkelijk verkocht of herontwikkeld wordt, worden in 2026 in beeld gebracht. Hierbij worden ook de mogelijke financiële consequenties in beeld gebracht. Voor de eventuele kosten van tijdelijk beheer wordt gebruik gemaakt van de middelen uit de Reserve Onderhoud Stadhuis. Dit past bij het eerder vastgesteld uitgangspunt voor de nieuwbouw van het Huis voor de Stad dat ‘de kosten worden betaald binnen het kader van de beschikbare structurele en incidentele middelen voor huisvesting’. Daarnaast is deze reserve benoemd om de risico’s van de herontwikkeling te beperken (zie Financiële Analyse Variantenstudie ), nadat de locatie in 2027 verlaten wordt.
Voor de te behouden locaties (Stadhuisplein 5 en 7), geldt dat het beheer en onderhoud van deze panden in lijn is gebracht conform de beleidskaders in de Nota Vastgoedbeheer. Voor deze locaties zijn duurzame meerjarenonderhoudsplannen opgesteld.
Beleidskader / algemene uitgangspunten - Onderwijsgebouwen
Na een wijziging van de onderwijswetgeving op 1 januari 2015 zijn alle schoolbesturen verantwoordelijk voor het totale onderhoud en aanpassingen aan schoolgebouwen. Wij zijn verantwoordelijk voor nieuwbouw, uitbreiding en vervangende nieuwbouw. Wij hebben een Integraal Huisvestingsplan gemaakt om onderwijshuisvesting te vervangen en te verduurzamen. Sinds 2019 is de uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting doorgedecentraliseerd naar twee coöperaties van schoolbesturen: Samenfoort PO en Samenfoort VO. Het (economisch) eigendom van de bestaande onderwijsgebouwen voor primair, speciaal en voortgezet onderwijs blijft bij de gemeente. De nieuw gebouwde schoolgebouwen komen op de balans bij de coöperaties. In de periode van 2019 tot 2059 worden in totaal 100 schoolgebouwen vervangen of vernieuwd. In 2022 is de eerste voortgangsrapportage, herijking en het tweede investeringsplan gepresenteerd. De tweede herijking wordt in 2026 opgeleverd. Hierin staat de nieuwe investeringsplanning 2027-2030 opgenomen.
In 2025 zijn de nieuwe schoolgebouwen van IKC Het Park, Axia College en de Amersfoortse Berg opgeleverd. Daarnaast is een addendum op de raamovereenkomst gesloten waarmee schoolbesturen bij de bouw van een nieuw schoolgebouw ook andere kindgerichte functies mogen toevoegen in het gebouw, zoals kinderopvang of zorg. Zo komen onderwijs en andere voorzieningen samen in één gebouw.


