Portefeuillehouder
Willem-Jan Stegeman
Inleiding
Naast de specifieke uitkeringen van het Rijk en de algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn de lokale heffingen de belangrijkste bron van inkomsten van de gemeente. De gemeentelijke heffingen kunnen in drie groepen worden onderscheiden.
Allereerst de groep van zuivere of algemene belastingen. De opbrengsten van deze belastingen komen ten goede aan de algemene middelen en zijn daarmee door de gemeente vrij besteedbaar. De onroerende-zaakbelastingen, de precariobelasting, de hondenbelasting en de toeristenbelasting zijn hier voorbeelden van.
De tweede groep wordt gevormd door de bestemmingsheffingen. De opbrengst daarvan mag alleen maar worden besteed aan specifieke taken of voorzieningen, met een duidelijk algemeen belang, waarvoor de heffing in het leven geroepen is. Voor de bestemmingsheffingen geldt dat de gemeente op begrotingsbasis niet meer mag heffen dan de kosten die voor de taak of de voorzieningen worden gemaakt. Bekende voorbeelden zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.
De derde groep wordt gevormd door de ‘rechten’ die ook wel retributies worden genoemd. Rechten worden geheven wegens het verlenen van een specifieke en individuele tegenprestatie aan degene die daarom verzoekt. Voor rechten geldt dat de opbrengsten niet meer mogen bedragen dan de gemaakte kosten. Voorbeelden zijn de (bouw)leges, de begraaf- en crematierechten en de haven- en kadegelden. De begraaf- en crematierechten zijn in onderstaande toelichting nog niet opgenomen. Dit gaat verder vorm krijgen bij het opstellen van de Meerjarenbegroting 2027-2030.
Beleidskader / Algemene uitgangspunten
In het kader van de heffing van gemeentelijk belastingen heeft gemeente Amersfoort de volgende uitgangspunten:
- lasten die reëel zijn bij het voorzieningenniveau van een stad als Amersfoort;
- het kostendekkend opleggen van rioolheffing, afvalstoffenheffing en rechten (retributies).
Amersfoort voert de belastingen en heffingen zelf uit. De Waarderingskamer is toezichthouder op de uitvoering van de Wet WOZ. In dit verband heeft Amersfoort het maximaal haalbare oordeel 'goed, meerdere jaren' behouden. Onderdeel van het toezicht is het doorlopend controleren van de bestanden. In december 2025 heeft de Waarderingskamer toestemming verleend tot het verzenden van de WOZ-beschikkingen en de OZB-aanslagen voor 2026.
In het kader van de taakstelling heffing en inning van gemeentelijke belastingen zijn in 2025 weer alle belastingaanslagen opgelegd en zo veel mogelijk geïnd. In januari 2025 was 97,12% beschikt.
Lokale lastendruk
We geven via dit onderdeel inzicht in de lokale lastendruk. De woonlasten omvatten het totaal van de gemiddelde aanslag onroerendezaakbelasting eigenaar woningen (OZB), de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor één- en meerpersoonshuishoudens.
Omdat we de gegevens steeds actualiseren, is het mogelijk dat gegevens in dit overzicht niet overeenkomen met gegevens zoals opgenomen in de begroting en belastingvoorstellen voor datzelfde jaar in een vorige editie van het overzicht. Dat komt doordat voor een aantal onderliggende gegevens (met name de gemiddelde woningwaarde) pas met enige vertraging beschikbaar zijn. Voor elke versie van dit overzicht worden steeds de meest actuele cijfers gebruikt die beschikbaar zijn. De gemiddelde WOZ-waarde van woningen voor prijspeil 1 januari 2024 bedraagt € 441.000. De ontwikkelingen in de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing worden in het volgende overzicht weergegeven.
De lokale lastendruk voor de inwoners is toegenomen als gevolg van de trendmatige tariefsverhoging van 3,5% bij de OZB. Daarnaast is het tarief met 1% verhoogd conform het ombuigingsvoorstel, zie de Kadernota. Uiteindelijk is dit een budgetneutrale verwerking geweest. De afvalstoffenheffing en de rioolheffing maken eveneens deel uit van de berekening van de lokale lastendruk. Aangezien dit bestemmingsheffingen zijn geldt dat op begrotingsbasis de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten. De trendmatige verhoging vindt bij deze heffingen geen toepassing, maar de tarieven worden zodanig vastgesteld dat deze 100% kostendekkend zijn.
Tabel: PL.01 Lastenontwikkeling inwoners
( x € 1,-)
EENPERSOONSHUISHOUDENS | 2024 | 2025 | ONTWIKKELING |
|---|---|---|---|
OZB-gebruikersdeel | 0,00 | 0,00 | 0,00% |
Rioolheffing-gebruikersdeel | 68,04 | 68,35 | 0,46% |
Afvalstoffenheffing | 289,92 | 285,60 | -1,49% |
Lasten huurders | 357,96 | 353,95 | -1,12% |
OZB-eigenarendeel | 437,22 | 455,55 | 4,19% |
Rioolheffing-eigenarendeel | 84,42 | 85,11 | 0,81% |
LASTEN EIGENAREN / BEWONERS | 879,6 | 894,61 | 1,71% |
MEERPERSOONSHUISHOUDENS | 2024 | 2025 | ONTWIKKELING |
OZB-gebruikersdeel | 0,00 | 0,00 | 0,00% |
Rioolheffing-gebruikersdeel | 68,04 | 68,35 | 0,46% |
Afvalstoffenheffing | 402,36 | 400,80 | -0,39% |
Lasten huurders | 470,40 | 469,15 | -0,27% |
OZB-eigenarendeel | 437,22 | 455,55 | 4,19% |
Rioolheffing-eigenarendeel | 84,42 | 85,11 | 0,82% |
LASTEN EIGENAREN / BEWONERS | 992,04 | 1.009,81 | 1,79% |
