De financiële ijkpunten geven aan hoe financieel gezond onze gemeente is. Daarbij maken we onderscheid tussen de ijkpunten waar we een norm aan verbonden hebben en waar we hard op sturen (het (structurele) begrotingssaldo en de weerstandsratio) en de overige ijkpunten, die weliswaar genormeerd zijn, maar die vooral van belang zijn om de trend over een reeks van jaren te volgen en ook in samenhang met elkaar te bezien. Voorbeelden daarvan zijn onder andere de schuldquote en de solvabiliteitsratio. Het is niet erg wanneer die niet aan de normen voldoen, als de andere financiële indicatoren maar goed zijn. Daarnaast zijn er ook financiële ijkpunten waar geen norm aan verbonden is, zoals o.a. de onbenutte belastingcapaciteit. Voor alle financiële ijkpunten geldt dat het goed is om de ontwikkeling in de loop van de tijd én in samenhang met elkaar te bezien.
De jaarrekening sluit met een overschot van € 32,4 miljoen ten opzichte van de begroting. Bij de begroting gingen we uit van een nadeel van € 15,5 miljoen. Het is ook meer dan we in de zomerrapportage verwachtten, toen gingen we nog uit van een voordeel van € 15,6 miljoen. Voor een verklaring van dit saldo verwijzen we u naar het onderdeel 'Financieel resultaat 2025' in het onderdeel 'Jaarrekening'.
Corrigerend voor incidentele posten is er in 2025 sprake van een positief structureel saldo van 7,0%. De stijging ten opzichte van de begroting hangt onder meer samen met extra middelen die we in de loop van het jaar via het gemeentefonds hebben ontvangen voor taken die we uitvoeren voor het Rijk. Deze middelen uit het gemeentefonds worden door de wetgever als structureel aangemerkt. De weerstandsratio komt uit op 2,1 en valt daarmee boven de bandbreedte die uw Raad heeft meegegeven. De weerstandsratio is ongeveer gelijk aan die bij de begroting 2025. Vanwege de stijging van de saldireserve, is onze buffer voor het opvangen van financiële risico's (de beschikbare weerstandscapaciteit) gestegen. De saldireserve is nu € 119,4 miljoen versus € 75,8 miljoen bij de begroting 2025. Ondanks deze hogere buffer zorgt een stijging van de risico's (nu € 58,2 miljoen, bij begroting € 32,4 miljoen) ervoor dat de weerstandsratio ten opzichte van de begroting 2025 iets is gedaald van 2,3 naar 2,1 bij de jaarstukken 2025.
De schuldquote is lager dan geraamd bij de begroting. Dit komt omdat in de begrote financieringsbehoefte al deels rekening was gehouden met het besteden van de aangetrokken langlopende geldlening. In de praktijk bleek deze lening in 2025 minder hard nodig te zijn. Daarnaast hebben we afgelopen jaren van het Rijk ook geld vooruit ontvangen voor diverse cofinancieringsregelingen. Dat geld is nog niet besteed, en staat dus ook bij 's Rijks schatkist. Samen met de reguliere aflossingen op onze geldleningen zorgt dat voor een lage netto (gecorrigeerde) schuldquote. De langlopende lening die we een paar jaar geleden hebben aangetrokken leidt wel tot een hoger vreemd vermogen. Maar ons eigen vermogen (onze reserves) is harder gestegen dan verwacht bij de begroting 2025. Per saldo stijgt daardoor nu de solvabiliteitsratio. Die ligt nu boven de norm van 20%, wat financieel gunstig is en ook goed voor onze financiële wendbaarheid en weerbaarheid.
De onbenutte belastingcapaciteit is gestegen doordat onze WOZ-waardes hoger zijn uitgevallen dan bij de begroting van 2025 geraamd. Het artikel-12 tarief voor de OZB is hierin ongewijzigd gebleven. Omdat we over een hogere WOZ-waarde belasting kunnen heffen, ontstaat een hogere potentiële opbrengst. In een artikel-12 situatie zou dit een extra OZB-opbrengst van € 2,7 miljoen kunnen opleveren. De toename van onze onbenutte belastingcapaciteit is gunstig voor onze wendbaarheid.
De overige financiële ijkpunten bewegen zich rond het niveau van de begroting 2025 of jaarrekening 2024. Het EMU -saldo laat echter een grote sprong zien van € 151 miljoen negatief naar € 41 miljoen negatief. Ons College stuurt op een sluitende begroting in termen van baten en lasten en niet op een sluitende begroting op kasbasis, waar het EMU -saldo op ziet. Vandaar dat dit EMU -saldo in de jaarrekening vaak afwijkt van het geraamde EMU -saldo uit de begroting. De oorzaak van deze behoorlijke verandering zit onder andere in de uitstel van investeringen, waardoor de aangetrokken langlopende lening niet direct nodig blijkt te zijn.
Per saldo kunnen we concluderen dat de financiële positie van de gemeente Amersfoort ten opzichte van de begroting 2025 overwegend verbeterd is: het (structurele) begrotingssaldo en de solvabiliteitsratio zijn gestegen, de weerstandsratio is ongeveer gelijk aan de begroting en de netto schuldquote is gedaald. We staan er financieel dus relatief goed voor. Tegelijkertijd is dit wel een momentopname van eind 2025. Op de langere termijn wordt het financieel onzeker. Ontwikkelingen in ons ruimtelijke domein, de oplopende kosten van de jeugdzorg, en vanuit het Rijk zullen sterk van invloed zijn op onze financiële positie.
Tabel: IJFP.01 IJkpunten
IJkpunten | Eenheid | Werkelijk 2024 | Begroting 2025 primitief | Werkelijk 2025 | Norm / | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Stabiliteit | 1. | Ontwikkeling van saldo van baten en lasten | € mln. | 46,3 | -15,5 | 32,4 | > = 0 |
2. | Structureel exploitatiesaldo | % | 8,3% | 3,7% | 7,0% | 0 - 1% | |
3. | Saldo van baten en lasten | € mln. | 45,3 | n.v.t. | 33,7 | n.v.t.* | |
Weerbaarheid | 4. | Weerstandsvermogen | ratio | 2,4 | 2,3 | 2,1 | 1,2 - 1,5 |
5. | Netto-schuldquote | % | 28,6% | 36,9% | 33,1% | 100% | |
5b. | Gecorrigeerde netto-schuldquote | % | 23,5% | 31,8% | 28,3% | n.v.t. | |
6. | Solvabiliteit | % | 31,4% | 20,8% | 32,0% | 20% | |
Flexibiliteit | 7. | Netto-rentequote | % | -0,1% | 0,2% | 0,2% | n.v.t. |
8. | Afschrijvingslasten | % | 2,5% | 3,0% | 2,5% | n.v.t. | |
9. | Belastingcapaciteit | % | 98,5% | 100,1% | 94,7% | n.v.t. | |
10. | Onbenutte belastingcapaciteit | € mln. | 3,0 | 0,8 | 2,7 | n.v.t. | |
Overige | 11. | EMU-saldo | € mln. | 6,6 | -150,8 | -40,5 | n.v.t. |
verplichte | 12. | Grondexploitatie | % | 5,4% | 1,2% | 4,9% | n.v.t. |
indicatoren | 13. | Kasgeldlimiet | € mln. | 58,1 | 62,3 | 62,3 | n.v.t. |
14. | Renterisiconorm | € mln. | 136,7 | 146,5 | 146,5 | n.v.t. | |
15. | Overhead | % | 7,5% | 8,4% | 7,2% | n.v.t. |
* De Raad heeft hier geen expliciete norm of signaalwaarde aan gekoppeld; dit geldt ook voor de andere n.v.t.‘s.
