Portefeuillehouder
Willem-Jan Stegeman
Inleiding
De gemeente wil inzicht hebben en houden in de risico’s, waardoor we adequate maatregelen kunnen treffen. Een risico is alles wat het realiseren van de organisatiedoelen beïnvloedt en een negatief (bedreiging) effect heeft op de kwaliteit van de maatschappelijke effecten, dienstverlening, organisatie, processen en systemen. We streven er naar dat het optreden van risico’s zo weinig mogelijk effect heeft op de uitvoering van het bestaande beleid en de te bereiken doelen. Dit doet Amersfoort door maatregelen te treffen ter voorkoming of beperking van risico’s, het risicobewustzijn van medewerkers te stimuleren en risico’s bewust onderdeel uit te laten maken van bestuurlijke besluitvorming. Bewustwording van risico’s is een belangrijke stap in het beheersen van risico’s. Regelmatig moeten we stilstaan bij onze doelstellingen van beleid, programma of project. Tevens moeten we nadenken welke risico's het bereiken van deze doelstellingen in de weg staan. Pas als we onze risico's kennen, kunnen we ook gepaste maatregelen treffen. Hierdoor zijn we als organisatie beter in staat onze doelstellingen te realiseren.
Risico’s kunnen financiële, maar ook organisatorische, maatschappelijke of systeemtechnische impact hebben: immers alles wat impact heeft op een doelstelling is een risico. In deze paragraaf wordt daarom ook aandacht besteed aan meer algemene organisatierisico’s. Van deze algemene organisatierisico's hebben we de vijf belangrijkste opgenomen.
Deze paragraaf bestaat uit de weergave van de belangrijkste risico’s van de gemeente. De op geld waardeerbare risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) worden vervolgens in relatie gebracht met de beschikbare weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen geeft inzicht in hoeverre de gemeente in staat is ('voldoende vet op de botten heeft') om de financiële gevolgen van deze risico's op te vangen.
Beleidskader / algemene uitgangspunten
In het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies (BBV) is verplicht voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen aandacht besteedt aan de relatie tussen de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. Ter voorbereiding op de jaarrekening is een actualisatie van de risico-inventarisatie uitgevoerd. Risico’s met financiële effecten worden meegenomen bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit.
De kengetallen voor netto schuldquote, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit en de beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie leest u terug in het onderdeel IJkpunten financiële positie . Hier vindt u ook de door de raad vastgestelde bandbreedte voor de weerstandsratio.
Benodigde weerstandscapaciteit
Ons financiële risicoprofiel bepaalt onze benodigde weerstandscapaciteit. Dit is het bedrag dat nodig is om de financiële gevolgen van de risico’s op te vangen. Aangezien niet alle financiële risico’s tegelijkertijd en in maximale omvang optreden, maken we gebruik van een simulatie-methode om de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen te bepalen. Met deze simulatie-methode wordt het totaal aan benodigde weerstandsvermogen bepaald. Voor bepaalde risico's is de benodigde weerstandscapaciteit in deze paragraaf op individueel niveau zichtbaar. Omdat de benodigde weerstandscapaciteit voor individuele risico's altijd in relatie tot het totaal wordt bepaald, zijn deze bedragen op zichzelf niet zwart-wit. We hechten daarom meer waarde aan de totaal benodigde weerstandscapaciteit dan aan de benodigde capaciteit per risico. Desalniettemin wordt de benodigde capaciteit per risico wel toegelicht in bepaalde gevallen, voor bijvoorbeeld risico's met grote mutaties of nieuwe risico's.
De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt, bij een zekerheidspercentage van 90%, € 58,2 miljoen. Dit betekent dat we met 90% zekerheid kunnen zeggen dat het totale risicobedrag tussen de € 0 en € 58,2 miljoen uitkomt. Dit bedrag hebben we nodig als tijdelijke overbrugging om onze risico’s financieel op te vangen. Wel dienen we, als de risico's zich voordoen, incidentele of structurele maatregelen te treffen om de gevolgen van de risico's op te vangen.
Onderstaande tabel laat zien hoe de benodigde weerstandscapaciteit vanuit de verschillende programma’s is opgebouwd.
Tabel: PW.01 Benodigde weerstandscapaciteit
(x € miljoen)
PROGRAMMA | BEGROTING 2026 (STAND 30-06-2025) | JAARREKENING 2025 (STAND 31-12-2025) | STIJGING/ DALING T.O.V. BEGROTING 2026 |
|---|---|---|---|
1. Programma Omgeving | 32,3 | 34,8 | |
1.1 Energietransitie | 0,1 | 0,1 | = |
1.2 Grondexploitaties en Ruimtelijke Ordening | 31,2 | 33,4 | ↑ |
1.3 Wonen | 0,3 | 0,6 | ↑ |
1.4 Mobiliteit | 0,7 | 0,7 | = |
2. Programma Sociaal | 7,4 | 10,4 | |
2.1 Zorg, ondersteuning, inclusie en vluchtelingen | 4,8 | 8,0 | ↑ |
2.2 Werk en Inkomen | 1,0 | 1,0 | = |
2.3 Onderwijs en Sport & Bewegen | 1,6 | 1,4 | ↓ |
3. Programma Bedrijvigheid | 7,1 | 6,8 | |
3.1 Economie | 0,1 | 0,1 | = |
3.2 Kunst, Cultuur en evenementen | 0,1 | 0,3 | ↑ |
3.3 Handhaving | 0,0 | 0,0 | = |
3.4 Sociale en fysieke veiligheid | 0,3 | 0,1 | ↓ |
3.5 Stedelijk beheer, milieu en dierenwelzijn | 6,6 | 6,3 | ↓ |
4. Programma bestuur | 3,4 | 4,2 | |
4.1 Dienstverlening | 1,5 | 1,5 | = |
4.2 Bestuur en regionale samenwerking | 0,2 | 0,2 | = |
4.3 Bedrijfsvoering | 1,7 | 2,5 | ↑ |
5. Programma Algemene dekkingsmiddelen | 1,9 | 2,0 | |
5.1 Financiën | 1,9 | 2,0 | ↑ |
TOTAAL | 52,1 | 58,2 |
Ten opzichte van de vorige inventarisatie (begroting 2026) is de benodigde weerstandscapaciteit toegenomen met € 6,1 miljoen. Dit is het resultaat van mutaties bij met name de volgende programma's:
- Een toename bij programma 1.2 Grondexploitatie en Ruimtelijke Ordening van per saldo € 2,2 miljoen. Het grootste deel van de risico’s van dit programma-onderdeel betreft de risico’s van de grondexploitaties. Bij de herziening van de grondexploitaties (zie ook het MPG 2025) zijn de risico’s van de grondexploitaties geactualiseerd. Per saldo heeft dit geleid tot toename van de benodigde weerstandscapaciteit.
- De toename in programma 1.3 Wonen van € 0,3 miljoen wordt met name veroorzaakt door twee nieuwe risico's. In het kader van Startbouwimpuls zijn twee nieuwe specifieke uitkeringen ontvangen, voor Eemplein en voor Hoefse Hout. Aan de projectontwikkelaars is in 2025 een vooruitbetaald bedrag verstrekt. Het project dient binnen drie jaar opgeleverd te worden. Als deze termijn van de opgeleverde woningen niet gehaald wordt dan bestaat het risico dat de gehele specifieke uitkering aan het Rijk terugbetaald dient te worden.
- Een toename in programma 2.1 Zorg, ondersteuning, inclusie en vluchtelingen van € 3,2 miljoen. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een nieuw risico op Jeugdzorg als gevolg van de Hervormingsagenda. Dit risico vervangt twee eerder gedefinieerde risico's, per saldo betreft dit een stijging van € 2,2 miljoen. Dit risico wordt nader toegelicht onder tabel PW.03, waarin de risico's met de grootste mutaties zichtbaar zijn. Ook is er sprake van een nieuw risico op regiovervoer en een gestegen risico voor de kosten van de opvang van dak- en thuisloze mensen. Deze beide risico's zijn eveneens toegelicht in en onder tabel PW.03.
- De toename in programma 4.3 Bedrijfsvoering van € 0,8 miljoen wordt met name veroorzaakt door een stijging van het cyberdreigingsniveau. Dit risico wordt nader toegelicht onder tabel PW.03.
Onderstaande tabel geeft inzicht in de belangrijkste 20 financiële en 5 niet-financiële risico's van de gemeente Amersfoort. Het gaat hier om de belangrijkste risico's gerangschikt naar financiële impact op de benodigde weerstandscapaciteit. De kans dat het risico optreedt bepaalt samen met het financiële gevolg de impact van het risico op het risicoprofiel.
Tabel: PW.02 Top 25 belangrijkste risico's
(x € miljoen)
RISICO | BEHEERSMAATREGEL | FINANCIEEL EFFECT* | |
|---|---|---|---|
1.2 Grondexploitaties en ruimtelijke ontwikkeling | |||
Gebiedsexploitatie Hoefkwartier. | Binnen de door de raad vastgestelde kaders sturen wij zoveel mogelijk op het behalen van de planning en het beperken van de kosten, respectievelijk het verhogen van de opbrengsten. | 11 | |
Grondexploitatie ROVAterrein - herontwikkeling. | Binnen de door de raad vastgestelde kaders sturen wij zoveel mogelijk op het behalen van de planning en het beperken van de kosten, respectievelijk het verhogen van de opbrengsten. | 7,5 | |
Grondexploitatie Wieken - Vinkenhoef. | Binnen de door de raad vastgestelde kaders sturen wij zoveel mogelijk op het behalen van de planning en het beperken van de kosten, respectievelijk het verhogen van de opbrengsten. | 6,1 | |
Grondexploitatie Vathorst Bedrijventerrein. | Binnen de door de raad vastgestelde kaders sturen wij zoveel mogelijk op het behalen van de planning en het beperken van de kosten, respectievelijk het verhogen van de opbrengsten. | 2,8 | |
Grondexploitatie Bestaand Stedelijk Gebied. | Binnen de door de raad vastgestelde kaders sturen wij zoveel mogelijk op het behalen van de planning en het beperken van de kosten, respectievelijk het verhogen van de opbrengsten. | 1,5 | |
Grondexploitatie Schothorsterlaan 88. | Binnen de door de raad vastgestelde kaders sturen wij zoveel mogelijk op het behalen van de planning en het beperken van de kosten, respectievelijk het verhogen van de opbrengsten. | 1,1 | |
Project Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed: Verduurzamingsmaatregelen zijn ingrijpend waardoor gebruiker tijdelijk elders gehuisvest moet zijn. Dit veroorzaakt meerkosten voor tijdelijke huisvesting of gederfde inkomsten. | Periodiek wordt de planning van de uitvoering door de aannemer en het gebruik van het pand door de huurder besproken en geoptimaliseerd om de meerkosten voor gederfde huisvesting of gederfde inkomsten zo laag mogelijk te houden. | 0,8 | |
Risico strategisch vastgoed: dat bij verkoop de opbrengst lager is dan de boekwaarde van het desbetreffende strategische vastgoed. | Periodieke toetsing of de boekwaarde niet hoger is dan de marktwaarde. Als dat wel zo is, dan moet er afgeboekt worden. | 0,7 | |
2.1 Zorg, ondersteuning, inclusie en vluchtelingen | |||
De gemeente voert de Hervormingsagenda Jeugd uit, waarin een ambitieuze en meerjarige transformatie van de jeugdzorg is vastgelegd, inclusief een structurele financiële taakstelling. Tegelijkertijd worden de beschikbare middelen vanuit het Rijk sneller afgebouwd dan de transformatie in de praktijk kan worden gerealiseerd. De uitvoering vindt plaats in een complexe omgeving waarin externe ontwikkelingen slechts beperkt lokaal beïnvloedbaar zijn. | - Versterken van de voorkant door inzet op sociale basisinfrastructuur, wijkteams, POH-J en gerichte preventie, om instroom in specialistische jeugdhulp te beperken. | 5,2 | |
Als gevolg van, niet aan de aanbieder verwijtbare, factoren is het niet mogelijk om conform aanbesteding per 1-7-2026 te starten op de nieuwe locatie voor inloop en opvang van dak- en thuisloze mensen. Hierdoor zijn er tijdelijke plekken nodig wat leidt tot extra kosten. | De buurtbewoners meenemen in proces om te zorgen voor meer acceptatie voor de nieuwe opvanglocatie. | 0,7 | |
Door het tekort aan beschikbare en passende woningen stagneert de uitstroom vanuit beschermd wonen. Hierdoor kunnen cliënten die voldoende zijn gestabiliseerd niet tijdig doorstromen naar een minder intensieve woon- of ondersteuningsvorm. | - Onderzoeken of versnellen van uitstroom via tijdelijke en alternatieve woonvormen mogelijk is. | 0,6 | |
Wmo aanbieders die een beroep doen op de gemeente voor financiele ondersteuning bij het voordoen van (ondernemers) risico's. | Vanuit gemeente goed contact onderhouden met aanbieders om tijdig knelpunten te signaleren waardoor het mogelijk is eventueel bij te sturen | 0,5 | |
2.3 Onderwijs en Sport & Bewegen | |||
De geraamde bedragen voor onderwijshuisvesting gaan uit van energiezuinig en klasse B frisse scholen, maar niet van BENG en evenmin van ENG. Vanaf 1-1-2021 geldt in het Bouwbesluit 2020 de eis van BENG en daar moeten de Coöperaties Samenfoort PO en Samenfoort VO aan voldoen (BENG = Bijna Energie Neutrale Gebouwen; ENG = Energieneutraal/gasloos). | Volgens de afspraken (raadsbesluit van 21 november 2017) die zijn vastgelegd, zijn de Coöperaties financieel verantwoordelijk, ook voor het managen van risico's. Voor zover sprake is van risico's met gevolgen voor de uitvoering van het integraal huisvestingsplan komen die iedere 4 jaar bij de herijking aan de orde. Bij deze herijking hebben partijen (gemeente) de mogelijkheid om het het huisvestingsplan aan te passen en daarmee de mogelijkheid de kosten te beïnvloeden. | 0,6 | |
3.5 Stedelijk beheer, milieu en dierenwelzijn | |||
Er is achterstand ontstaan in de realisatie van vervangingen en grootonderhoud in de openbare ruimte (door diverse oorzaken) en de kosten van materialen en personeel zijn opgelopen en lopen nog verder op | In 2026 actualiseren we het ‘integraal beheerplan openbare ruimte’ voor de periode 2026-2035. Dit geeft een meer nauwkeurige onderbouwing van de kosten voor onderhoud en vervanging, gebaseerd op het prijspeil van 2026, en rekening houdend met toekomstige prijsontwikkelingen en veranderingen in het te onderhouden areaal. | 2,2 | |
Door onvoorziene vertragingen in noodzakelijk groot onderhoud en vervangingen ontstaan kosten om de veiligheid ("=minimale" kwaliteit) te borgen. | Door te monitoren op kwaliteit is er inzicht in de kwaliteit van de openbare ruimte en de veranderingen die daarin optreden. Daardoor sturen we gericht op de aanpak van plekken met de grootste onderhoudsbehoefte. Door in overleg te blijven met alle relevante partijen kunnen we ontwikkelingen voorzien en daarop vroegtijdig inspelen. | 0,8 | |
Voor de openbare ruimte werken we met meerjarige contracten. Bij het afsluiten van nieuwe contracten via aanbestedingen kunnen we worden geconfronteerd met prijsverhogingen. Dit als gevolg van veranderende marktomstandigheden en nieuwe/aanvullende gemeentelijke eisen aan beheer/onderhoud. | Prijsverhogingen kunnen -deels- worden doorberekend in tarieven. Dit geldt voor tarieven op het gebied van afval en riolering. | 0,7 | |
Herstelkosten als gevolg van extreme weersomstandigheden (droogteschade, storm- en vorstschade, en wateroverlast). | Met onze regelmatige veiligheidscontroles en beheermaatregelen beperken we het risico van stormschade zoveel mogelijk. Bij herinrichting van de openbare ruimte houden we rekening met de actuele inzichten op dit gebied om de risico's van overtollig water en droogte op lange termijn zo efficiënt mogelijk te beheersen. Droogteschade wordt beperkt door maatregelen om water vast te houden en rekening te houden met de beplantingskeuze. | 0,5 | |
4.1 Dienstverlening | |||
Inkomsten uit leges (omgevingsvergunning) blijven onzeker omdat zij mee-fluctueren met de economische ontwikkelingen. De kans bestaat dat er minder vergunningaanvragen voor grote bouwprojecten gedaan gaan worden. Ook kan de uitvoering van bouwprojecten als gevolg van juridische besluitvorming (aanzienlijk) vertragen. | Het al dan niet doen van een vergunningsaanvraag door inwoners en bedrijven uit de stad hebben wij niet in de hand. Dit is afhankelijk van externe factoren. | 0,6 | |
4.3 Bedrijfsvoering | |||
Het huidige cyberdreigingsniveau is onverminderd hoog. Het risico op digitale beveiligingsincidenten is dan ook reëel. Door bijvoorbeeld een cyberaanval kan vertrouwelijke informatie in verkeerde handen vallen, informatie verloren raken of gemanipuleerd worden (integriteit niet gegarandeerd) wat kan leiden tot fouten in de dienstverlening, of kunnen de ICT-systemen van de gemeente deels of volledig uitvallen, waardoor de dienstverlening aan inwoners en bedrijven niet meer (volledig) kan worden uitgevoerd en de bedrijfsvoering van de gemeente stagneert. Dit kan leiden tot hoge herstelkosten, boetes en schadeclaims. | * Actueel beleid | 1,1 | |
5.1 Financiën en belastingen | |||
Prijsontwikkeling is hoger dan compensatie via prijs-accres gemeentefonds. | In de gaten houden van de ontwikkelingen op dit terrein aan de hand van circulaires en blijven ondersteunen van VNG lobby op dit punt. | 0,5 | |
Organisatiebreed | |||
Als gevolg van de krappe arbeidsmarkt bestaat het risico dat de gemeente onvoldoende goede mensen kan binden en werven waardoor gemeentelijke doelen niet of niet voldoende behaald kunnen worden. | Binden: | N.v.t. | |
Als gevolg van het onvoldoende anticiperen op impactvolle externe ontwikkelingen (waaronder pandemieën en crises) bestaat het risico dat gemeentelijke doelen niet of niet voldoende behaald worden. | - Blijven werken aan bewustwording op externe omgeving om op tijd in te kunnen spelen op snel veranderende omstandigheden. | N.v.t. | |
Automatisering | - Blijven investeren in cultuur van bewustwording automatiserings-risico’s. | N.v.t. | |
Door het ontbreken van scherpe doelstellingen bestaat het risico dat niet kan worden vastgesteld of het maatschappelijk effect bereikt is/wordt. | - Transparantie in de mogelijkheden die de gemeente heeft om maatschappelijke effecten- en doelen te bereiken. | N.v.t. | |
De bereidheid om risico’s te nemen (accepteren) is niet volwassen en te impliciet. Dit leidt tot besluiteloosheid en suboptimale resultaten. | - Blijven bevorderen van een open cultuur waarbij vanuit vertrouwen en professionaliteit ‘alles op tafel komt’. | N.v.t. | |
Onderstaande tabel geeft inzicht in de grootste mutaties in het risicoprofiel en het aandeel in de benodigde weerstandscapaciteit ten opzichte van de laatste actualisatie bij Begroting 2026-2029.
Tabel: PW.03 Financieel risico's met de grootste mutaties in de benodigde weerstandscapaciteit
(x € miljoen)
RISICO | PROGRAMMA | JAARREKENING 2025 | BEGROTING 2026 | MUTATIE |
|---|---|---|---|---|
De gemeente voert de Hervormingsagenda Jeugd uit, waarin een ambitieuze en meerjarige transformatie van de jeugdzorg is vastgelegd, inclusief een structurele financiële taakstelling. Tegelijkertijd worden de beschikbare middelen vanuit het Rijk sneller afgebouwd dan de transformatie in de praktijk kan worden gerealiseerd. De uitvoering vindt plaats in een complexe omgeving waarin externe ontwikkelingen slechts beperkt lokaal beïnvloedbaar zijn. | 2. Sociaal | 5,2 | 0 | 5,2 |
Grondexploitatie Wieken - Vinkenhoef. | 1. Omgeving | 6,1 | 1 | 5,1 |
Grondexploitaties: Risico op mislopen WBI-subsidie | 1. Omgeving | 0 | 5 | -5 |
Gebiedsexploitatie Hoefkwartier. | 1. Omgeving | 11 | 6,7 | 4,3 |
Grondexploitaties: Vertraging planning door netcongestie. | 1. Omgeving | 0 | 3,1 | -3,1 |
Hogere zorglasten dan begroot door het onvoldoende kunnen behalen van de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd. | 2. Sociaal | 0 | 2,7 | -2,7 |
Grondexploitaties: Stijging gemeentelijke omslagrente | 1. Omgeving | 0 | 1,9 | -1,9 |
Grondexploitatie ROVAterrein - herontwikkeling | 1. Omgeving | 7,5 | 6 | 1,5 |
Grondexploitatie Vathorst Bedrijventerrein. | 1. Omgeving | 2,8 | 1,8 | 1 |
Het huidige cyberdreigingsniveau is onverminderd hoog. Het risico op digitale beveiligingsincidenten is dan ook reëel. Door bijvoorbeeld een cyberaanval kan vertrouwelijke informatie in verkeerde handen vallen, informatie verloren raken of gemanipuleerd worden (integriteit niet gegarandeerd) wat kan leiden tot fouten in de dienstverlening, of kunnen de ICT-systemen van de gemeente deels of volledig uitvallen, waardoor de dienstverlening aan inwoners en bedrijven niet meer (volledig) kan worden uitgevoerd en de bedrijfsvoering van de gemeente stagneert. Dit kan leiden tot hoge herstelkosten, boetes en schadeclaims. | 4. Bestuur | 1,1 | 0,1 | 1 |
De wet Omzetbelasting is in juli 2022 aangepast bij het onderdeel 'ter beschikking stellen van personeel'. De aangepaste regelgeving houdt een risico in dat (een deel) van (nieuw) ingekochte diensten in het sociaal domein (op termijn, namelijk bij ingang nieuwe contracten) BTW plichtig zouden kunnen worden waardoor de kosten van de ingekochte diensten aanzienlijk hoger uit zouden kunnen vallen. | 4. Bestuur | 0 | 0,6 | -0,6 |
Project Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed: Verduurzamingsmaatregelen zijn ingrijpend waardoor gebruiker tijdelijk elders gehuisvest moet zijn. Dit veroorzaakt meerkosten voor tijdelijke huisvesting of gederfde inkomsten. | 1. Omgeving | 0,8 | 0,2 | 0,6 |
Door het tekort aan beschikbare en passende woningen stagneert de uitstroom vanuit beschermd wonen. Hierdoor kunnen cliënten die voldoende zijn gestabiliseerd niet tijdig doorstromen naar een minder intensieve woon- of ondersteuningsvorm. | 2. Sociaal | 0,6 | 0 | 0,6 |
Als gevolg van, niet aan de aanbieder verwijtbare, factoren is het niet mogelijk om conform aanbesteding per 1-7-2026 te starten op de nieuwe locatie voor inloop en opvang van dak- en thuisloze mensen. | 2. Sociaal | 0,7 | 0,3 | 0,4 |
Aanhoudende kwaliteits- en capaciteitsproblemen bij de uitvoerder van het regiovervoer door een structureel tekort aan chauffeurs en operationele tekortkomingen. | 2. Sociaal | 0,3 | 0 | 0,3 |
Stijgende lasten ondersteuning en zorg door (bovenmatige) autonome groei binnen de Wmo en Jeugdwet die niet tijdig wordt gesignaleerd. | 2. Sociaal | 0 | 0,3 | -0,3 |
Deze tabel geeft risico's met de grootste mutatie weer (van groot naar kleiner) en kan als volgt worden toegelicht.
- Een aantal risico’s met relatief grote mutaties betreft de grondexploitatie risico’s. Bij de Meerjarenbegroting 2026-2029 waren inzake de grondexploitaties enkele overall gedefinieerde risico’s opgenomen (met betrekking tot omslagrente, netcongestie en mislopen WBI subsidie). Bij de herziening van de grondexploitaties zijn deze risico’s, daar waar van toepassing, ondergebracht bij de desbetreffende grondexploitaties. Hierdoor staan deze overall risico’s in de jaarrekening 2025 op benodigde weerstandscapaciteit € 0. Deze risico’s bestaan dus nog steeds en zijn nu opgenomen onder de risico’s bij de individuele grondexploitaties. De stijging van de risico’s bij de grondexploitatie Wieken-Vinkenhoef en bij de gebiedsexploitatie Hoefkwartier wordt onder andere veroorzaakt door het netcongestie-risico.
Naast de mutaties in de risico's grondexploitaties is ook sprake van mutaties in overige risico's en zijn er vier nieuwe risico's bijgekomen. Deze zijn hieronder nader toegelicht:
- Het risico voor de Hervormingsagenda Jeugdzorg is nieuw, maar vervangt twee eerder gedefinieerde risico's, namelijk het risico van € 2,7 miljoen ' Hogere zorglasten dan begroot door het onvoldoende kunnen behalen van de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd' en het risico 'Stijgende lasten ondersteuning en zorg door (bovenmatige) autonome groei binnen de Wmo en Jeugdwet die niet tijdig wordt gesignaleerd'. Beide risico's zijn zichtbaar in bovenstaande tabel. Per saldo is er sprake van ongeveer € 2,2 miljoen stijging op het financieel risico voor jeugdzorg. Het risico is aanwezig dat de beschikbare middelen vanuit het Rijk sneller worden afgebouwd dan de transformatie op jeugdzorg in de praktijk kan worden gerealiseerd. De uitvoering vindt plaats in een complexe omgeving waarin externe ontwikkelingen slechts beperkt lokaal beïnvloedbaar zijn . Dit risico loopt meerjarig op.
- Het risico met betrekking tot de wijziging van de wet Omzetbelasting in juli 2022 is vervallen, we werken inmiddels meerdere jaren met deze systematiek.
- Het risico ten aanzien van cyberdreiging is gestegen. Door bijvoorbeeld een cyberaanval kan vertrouwelijke informatie in verkeerde handen vallen, informatie verloren raken of gemanipuleerd worden (integriteit niet gegarandeerd) wat kan leiden tot fouten in de dienstverlening, of kunnen de ICT-systemen van de gemeente deels of volledig uitvallen, waardoor de dienstverlening aan inwoners en bedrijven niet meer (volledig) kan worden uitgevoerd en de bedrijfsvoering van de gemeente stagneert. Dit kan leiden tot hoge herstelkosten, boetes en schadeclaims. Hier staat tegenover dat het kleinere risico als gevolg van verdere digitalisering is vervallen en hierbij is ondergebracht.
- Het risico op lasten (meerkosten of gederfde inkomsten) als gevolg van verduurzaming van gemeentelijk vastgoed is gestegen. Geplande verduurzaming vereist regelmatig tijdelijk alternatieve huisvesting die kosten met zich meebrengt.
- Er is sprake van een nieuw risico op beschermd wonen: Door het tekort aan beschikbare en passende woningen stagneert de uitstroom vanuit beschermd wonen. Hierdoor kunnen cliënten die voldoende zijn gestabiliseerd niet tijdig doorstromen naar een minder intensieve woon- of ondersteuningsvorm. Voor dit risico is een weerstandscapaciteit van € 0,6 miljoen nodig.
- Het risico om niet op 1 juli 2026 te kunnen starten op de nieuwe locatie voor inloop en opvang van dak- en thuisloze mensen is gestegen en vraagt om een hogere beschikbare weerstandscapaciteit, als gevolg van bijvoorbeeld eventuele verbouwingskosten voor opvang in tijdelijke locaties.
- Tot slot is er sprake van een nieuw risico binnen programma 2.1 door aanhoudende kwaliteits- en capaciteitsproblemen bij de uitvoerder van regiovervoer. Continuïteit hiervan is van groot belang en kan extra kosten met zich meebrengen.
Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de saldireserve. Deze reserve kunnen we inzetten om de financiële gevolgen van de risico's op te vangen. De omvang van de saldireserve eind 2025 is € 119,4 miljoen. Dat is een toename sinds jaarrekening 2024.
Tabel: PW.04 Beschikbare weerstandscapaciteit
(x € miljoen)
JAARREKENING 2024 | JAARREKENING | |
|---|---|---|
Stand saldireserve | 100,7 | 119,4 |
TOTAAL BESCHIKBARE WEERSTANDSCAPACITEIT | 100,7 | 119,4 |
Weerstandsvermogen
Als indicator gebruiken we de weerstandsratio. De weerstandsratio is de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de benodigde weerstandscapaciteit. Met andere woorden: het bedrag dat we aan reserves beschikbaar hebben om de financiële gevolgen van de risico's op te vangen, gedeeld door het bedrag dat we op basis van ons risicoprofiel nodig hebben. Deze ratio moet conform de door uw Raad vastgestelde ijkpunten tussen de 1,2 en 1,5 liggen. De weerstandsratio komt bij de Jaarstukken 2025 op 2,1 uit. Dat is iets lager dan de ratio van Jaarstukken 2024. De reden hiervoor is dat hoewel de beschikbare weerstandscapaciteit is gestegen, dit des te meer geldt voor de benodigde weerstandscapaciteit ten opzichte van de jaarrekening 2024. Daarmee ligt de weerstandsratio iets onder het niveau van de jaarrekening 2024 en licht boven begroting 2026.
Onderstaande tabel geeft de vergelijking van de weerstandsratio eind 2025 met de begroting 2026 en jaarrekening 2024.
Tabel: PW.05 Verloop van het weerstandsvermogen
(x € miljoen)
JAARREKENING 2024 | BEGROTING 2026 | JAARREKENING 2025 | |
|---|---|---|---|
Beschikbare weerstandscapaciteit | 100,7 | 110,9 | 119,4 |
Benodigde weerstandscapaciteit | 41,6 | 52,1 | 58,2 |
WEERSTANDSVERMOGEN (RATIO) | 2,4 | 2,1 | 2,1 |
Meerjarig verloop benodigde weerstandscapaciteit en de daarbij relevante ontwikkelingen
Opgenomen risico’s hebben meestal een meerjarig karakter. Bij de actualisatie van het risicoprofiel wordt ook een inschatting gemaakt van de verwachte toekomstige ontwikkeling. Verwacht wordt dat de benodigde weerstandscapaciteit in de komende jaren zal afnemen van € 58,2 miljoen in 2025 naar € 41,9 miljoen in 2029. Deze daling wordt veroorzaakt door het meerjarenperspectief bij de grondexploitaties.
Het meerjarenperspectief bij de grondexploitaties laat een daling zien van € 30,6 miljoen ultimo 2025 naar € 9,4 miljoen in 2029.
Voor het merendeel van de grondexploitaties geldt dat in de loop van de jaren het risicoprofiel daalt, omdat deze steeds verder uitgewerkt worden en uiteindelijk weer afgesloten worden als alles klaar is.
In het geactualiseerde meerjaren risicoprofiel in deze jaarrekening zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen niet meegenomen en buiten beschouwing gelaten voor het bepalen van de weerstandsratio. Dit omdat de ontwikkelstrategie nog niet vastligt en ook andere ruimtelijke en financiële kaders niet zijn vastgesteld (besluit raad). Toch kunnen deze ontwikkelingen, bijvoorbeeld Kop van Isselt en Bovenduist, een substantieel risicoprofiel met zich meebrengen. Dit is mede afhankelijk van de gekozen ontwikkelstrategie. Een voorlopige inschatting is dat genoemde ontwikkelingen een impact op het gemeentelijk risicoprofiel kunnen hebben van tussen de € 10 miljoen en €25 miljoen. Deze zijn echter nog niet meegenomen in onderstaande tabel, waardoor het lijkt alsof ons risicoprofiel de komende jaren (flink) afneemt.
De programmagerelateerde risico's stijgen de komende jaren. Op basis van wat we nu signaleren wordt dat ingeschat op een toename van circa € 27,6 miljoen (totale risico’s -/- risico’s grondexploitatie, zie tabel PW.06) naar circa € 32,5 miljoen in 2029. Deze toename wordt voornamelijk veroorzaakt door de volgende risico's:
- Een toename vanaf jaarschijf 2025 van het risico bij de Jeugdzorg als gevolg van de Hervormingsagenda Jeugd;
- Enkele risico's met betrekking tot de onzekerheden rond de algemene uitkering uit het Gemeentefonds vanaf 2027, waaronder achterblijvende compensatie voor prijsstijgingen.
Tabel: PW.06 Meerjarig verloop benodigde weerstandscapaciteit
(x € miljoen)
JAARREKENING 2025 | PROGNOSE 2027 | PROGNOSE 2028 | PROGNOSE 2029 | |
|---|---|---|---|---|
Totaal programma-risico's (excl. grondexploitaties) | 27,6 | 28,6 | 32,5 | 32,5 |
Totaal risico's grondexploitaties | 30,6 | 20,2 | 17,3 | 9,4 |
TOTAAL BENODIGDE WEERSTANDCAPACITEIT | 58,2 | 48,8 | 49,8 | 41,9 |
